De ambitie om de milieu-impact van de grond-, weg- en waterbouw te verlagen verdient brede steun. Ook BTE onderschrijft de noodzaak om CO₂-uitstoot te verminderen, grondstoffen efficiënter te gebruiken en circulaire oplossingen te ontwikkelen. Juist daarom is het belangrijk dat nieuwe regelgeving duurzaamheid echt stimuleert en zich niet blindstaart op één meetinstrument. Dat is de kern van onze reactie op het wetsvoorstel voor milieuprestatie-eisen in de GWW.
Het wetsvoorstel geeft de MilieuKostenIndicator (MKI) een centrale rol bij aanbestedingen en milieuprestatie-eisen. Dat kan zorgen voor meer duidelijkheid en vergelijkbaarheid. Maar er schuilt ook een risico: dat de aandacht te veel uitgaat naar de MKI-score van losse materialen en producten, terwijl de duurzaamheid van infrastructuur door veel meer factoren wordt bepaald.
Een brug, fundering of rioolsysteem wordt niet duurzaam doordat er een lage score op papier staat. Duurzaamheid ontstaat door de combinatie van milieu-impact, levensduur, veiligheid, onderhoud, circulariteit en functionaliteit. Een constructie die vijftig jaar meegaat en weinig onderhoud vraagt, kan maatschappelijk duurzamer zijn dan een alternatief met een lagere initiële MKI-score maar een kortere levensduur.
De vraag is wat we willen verduurzamen: een kubieke meter beton, een ton asfalt of de infrastructuur als geheel? De maatschappelijke opgave is het realiseren van betrouwbare, veilige én duurzame infrastructuur op constructie- en systeemniveau. Een te sterke focus op product- en materiaalniveau kan oplossingen bevoordelen die goed scoren binnen het rekenmodel, maar niet per se de beste keuze zijn voor het totale project.
Een voorbeeld is een fundering met palen van hogere betonsterkte. De MKI-score per kubieke meter beton kan dan hoger zijn, maar doordat minder palen nodig zijn, dalen mogelijk het materiaalgebruik, het transport en de totale milieu-impact van het funderingssysteem. Wie alleen naar materiaalimpact kijkt, mist daarmee een belangrijk deel van het verhaal.
Ook circulariteit vraagt om een bredere blik. Oplossingen die zijn ontworpen voor demontage en hergebruik vragen soms extra materiaal of zwaardere verbindingen. Daardoor kan de initiële MKI-score stijgen, terwijl de oplossing over meerdere gebruikscycli juist duurzamer is. Het rekenmodel moet zulke langetermijnvoordelen voldoende kunnen meewegen.
Duurzaamheid kan niet los worden gezien van veiligheid, kwaliteit en technische prestaties. Betonconstructies beschermen Nederland tegen hoogwater, maken mobiliteit mogelijk en vormen een belangrijke basis onder onze infrastructuur. Als levensduur, slijtvastheid of bestendigheid tegen zware omstandigheden onvoldoende worden meegewogen, kan dat leiden tot meer onderhoud, schade en vervanging. Dan is de milieuwinst op papier in de praktijk snel verdwenen.
Ook het gebruik van Module D vraagt om zorgvuldigheid. Daarbij wordt milieuwinst toegekend op basis van toekomstig hergebruik of recycling. Die winst is niet altijd zeker, omdat toekomstige regelgeving, technologie en marktomstandigheden kunnen veranderen. Daarom is transparantie nodig over de aannames waarop deze milieuwinst is gebaseerd.
De praktische gevolgen voor bedrijven mogen niet worden onderschat. Berekeningen, verificaties, registraties en rapportages kosten veel tijd en geld. Een levenscyclusanalyse kan al snel enkele duizenden euro’s per product kosten. Zeker in de prefab betonsector, met veel productvarianten, kunnen deze lasten fors oplopen. Juist bedrijven die actief verduurzamen moeten milieuberekeningen regelmatig actualiseren. Het risico is dat innovatie wordt afgeremd door administratie, in plaats van versneld door duidelijke en werkbare regels.
De discussie zou daarom niet moeten gaan over de vraag óf de sector moet verduurzamen. Die vraag is allang beantwoord. De echte vraag is hoe regelgeving leidt tot aantoonbaar duurzamere infrastructuur. Wie duurzaamheid serieus neemt, kijkt verder dan de initiële milieu-impact van materialen. Een duurzame oplossing combineert een lage milieu-impact met veiligheid, kwaliteit, circulariteit en een lange levensduur. Wat op papier de beste keuze lijkt, is dat in de praktijk niet altijd.
|
Over BTE |
Dalwagen 55
6669 CB Dodewaard
Postbus 11
6669 ZG Dodewaard